Statuten

Dutch law requires Articles of Association of foundations to be in Dutch.

These are the Articles of Association as notarised by NOTO Notarissen in Maastricht on 30 April 2026.

Artikel 1 - Naam en Zetel

  1. De naam van de stichting is: Stichting Raku Foundation.

  2. De stichting is gevestigd in de gemeente Echt-Susteren.

  3. De stichting heeft de volgende organen:

Artikel 2 - Doel

1. De stichting heeft als doel:

het wereldwijd promoten en ondersteunen van de Raku Programming Language, een autoriteit te zijn bij het bepalen van de kwaliteit van software die is geschreven in de Raku Programming Language, en het verrichten van al wat hiermee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

Tot dit doel behoort niet het doen van uitkeringen aan de oprichter of aan hen die deel uitmaken van organen van de stichting.

2. De stichting beoogt het algemeen nut.

3. De stichting heeft geen winstoogmerk.

4. De stichting tracht haar doel onder meer te bereiken door:

Artikel 3 - Bestuur: Samenstelling, Benoeming, Beloning, Ontslag

1. Het bestuur van de stichting bestaat uit drie of meer natuurlijke personen.

Het reglement stelt het aantal bestuurders vast.

Een niet-voltallig bestuur behoudt zijn bevoegdheden.

2. De bestuurders worden benoemd door de raad van toezicht op voordracht van de vergadering van deelnemers.

Het bestuur informeert de vergadering van deelnemers zo spoedig mogelijk over het ontstaan van een vacature in het bestuur.

De voordracht tot benoeming van een bestuurder wordt schriftelijk ingediend bij het bestuur. Een voordracht bevat voor elke te vervullen vacature ten minste twee personen. Van iedere kandidaat wordt in elk geval meegedeeld zijn leeftijd, zijn beroep en de betrekkingen die hij bekleedt en die hij heeft bekleed voor zover die van belang zijn in verband met de vervulling van zijn taak.

Het bestuur is vrij in de benoeming als de vergadering van deelnemers de voordracht niet uiterlijk drie maanden na het ontstaan van de te vervullen vacature schriftelijk heeft ingediend bij het bestuur.

3. Een bestuurder moet voldoen aan de volgende vereisten:

a. een bestuurder is een natuurlijk persoon; b. een bestuurder heeft het vrije beheer over zijn vermogen; c. een bestuurder is geen lid van de raad van toezicht; d. een bestuurder is in de laatste vijf jaar niet door de rechtbank ontslagen als bestuurder van een stichting.

4. Ten hoogste de helft van het aantal bestuurders mag met een andere bestuurder een familieband hebben. Een bestuurder mag geen familieband hebben met een lid van de raad van toezicht. Onder familieband wordt verstaan bloed- of aanverwantschap tot en met de vierde graad en de hoedanigheid van echtgenoot, geregistreerd partner of andere levensgezel.

5. Bestuurders worden benoemd voor onbepaalde tijd, tenzij anders is aangegeven in het reglement.

6. Alle bestuurders kunnen een vergoeding krijgen van de kosten die zij redelijkerwijs hebben gemaakt in de uitoefening van hun functie.

De bestuurders ontvangen geen beloning voor hun werkzaamheden als bestuurder.

Een directievergoeding kan worden verstrekt als een soort vrijwilligersvergoeding, maar deze mag niet buitensporig zijn en moet in verhouding staan het werk en de financiële situatie van de stichting en in overeenstemming zijn met het reglement.

7. Een bestuurder kan door de raad van toezicht worden geschorst.

Na een schorsing wordt binnen vier weken een nieuwe vergadering van de raad van toezicht gehouden. In die vergadering wordt besloten of de schorsing wordt opgeheven, de schorsing wordt verlengd of de betreffende bestuurder wordt ontslagen.

Een schorsing kan in totaal nooit langer dan drie maanden duren.

De schorsing vervalt als geen besluit tot verlenging wordt genomen binnen de hiervoor vermelde termijn van vier weken of als na verloop van drie maanden geen besluit tot ontslag van de betreffende bestuurder is genomen.

8. Een bestuurder verliest zijn functie:

a. door zijn overlijden; b. door zijn faillissement, door het op hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen of doordat hij surseance van betaling verkrijgt; c. door zijn ondercuratelestelling of de onderbewindstelling van zijn gehele vermogen; d. door zijn vrijwillig aftreden; e. door zijn ontslag door de raad van toezicht; f. door zijn ontslag door de rechtbank.

9. Bij belet of ontstentenis van een of meer bestuurders zijn de overige bestuurders, of is de enige overgebleven bestuurder, tijdelijk met het bestuur belast.

Bij belet of ontstentenis van alle bestuurders is een door de raad van toezicht daartoe voor onbepaalde tijd aan te wijzen persoon tijdelijk met het bestuur belast.

Artikel 4 - Bestuur: bijeenroeping, vergaderingen, besluitvorming

1. Iedere bestuurder is bevoegd een vergadering van het bestuur bijeen te roepen.

2. De bijeenroeping van de vergaderingen van het bestuur vindt schriftelijk plaats.

Bij deze bijeenroeping wordt opgegeven op welke dag de vergadering plaatsvindt, wat het aanvangstijdstip van de vergadering is en welke onderwerpen worden behandeld (agenda). De bijeenroeping vindt plaats met inachtneming van een termijn van ten minste zeven dagen, de dag van bijeenroeping en die van de vergadering niet meegerekend.

De bestuurder die voor dit doel een adres aan de stichting bekend heeft gemaakt, kan tot de vergaderingen van het bestuur worden opgeroepen door een langs elektronische weg aan dat adres toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht.

3. De vergaderingen van het bestuur worden gehouden op de plaats te bepalen door degene die de vergadering bijeenroept.

4. Als wordt gehandeld in strijd met enige bepaling van de twee vorige leden kan het bestuur niettemin rechtsgeldige besluiten nemen als alle bestuurders in de vergadering aanwezig of vertegenwoordigd zijn.

5. Een bestuurder kan aan een andere bestuurder schriftelijk volmacht verlenen om zich in de vergadering te laten vertegenwoordigen.

Een elektronisch vastgelegde volmacht geldt als een schriftelijke volmacht.

Een bestuurder mag tijdens de vergadering niet meer dan één collega-bestuurder vertegenwoordigen. Deze vertegenwoordiging telt mee voor het behalen van het quorum.

6. Bestuurders hun vergaderrechten uitoefenen via een elektronisch communicatiemiddel.

Het bestuur kan verdere voorwaarden stellen aan het gebruik van het elektronisch communicatiemiddel. Als verdere voorwaarden worden gesteld, worden deze bij de oproeping tot de vergadering bekend gemaakt.

De bestuurder die via een elektronisch communicatiemiddel aan een vergadering deelneemt, geldt als in de vergadering aanwezig.

7. In de vergaderingen van het bestuur heeft iedere bestuurder één stem.

Voor zover in deze statuten geen grotere meerderheid is voorgeschreven, worden de besluiten door het bestuur genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.

Bij staking van stemmen over zaken is het voorstel verworpen.

Indien er bij een stemming over de benoeming van personen sprake is van een gelijk aantal stemmen, dan zal de procedure zoals beschreven in het reglement voor dergelijke gevallen worden toegepast.

Indien een dergelijke procedure niet bestaat, wordt de uitslag door loting bepaald.

8. Als voor het nemen van een besluit wordt vereist dat een bepaald aantal bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is en dit aantal niet bij de vergadering aanwezig of vertegenwoordigd was, wordt een nieuwe vergadering bijeengeroepen waarin het betreffende besluit opnieuw aan de orde wordt gesteld.

Die vergadering moet worden gehouden niet eerder dan drie en niet later dan zes weken na de eerste vergadering.

In de nieuwe vergadering kan het betreffende besluit dan worden genomen ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders, met ten minste de voor dat besluit voorgeschreven meerderheid van stemmen.

9. Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslagingen en de besluitvorming als hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie.

Als hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen, dan wordt het besluit genomen door de raad van toezicht.

Artikel 5 - Leiding van de vergaderingen, notulen, besluitvorming buiten vergadering

1. De voorzitter leidt de vergaderingen van het bestuur. Bij zijn afwezigheid voorziet de vergadering zelf in haar leiding. 2. De voorzitter van de vergadering bepaalt de wijze waarop de stemmingen in de vergaderingen worden gehouden. 3. Het in de vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter van de vergadering over de uitslag van een stemming is beslissend.

Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. Wordt onmiddellijk na het uitspreken van het oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, als de meerderheid van de vergadering of, als de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk plaatsvond, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.

4. Van het verhandelde in de vergaderingen van het bestuur worden notulen gehouden door de daartoe in de vergadering aangewezen persoon.

De notulen worden – nadat zij zijn vastgesteld – door de voorzitter en de notulist van de vergadering ondertekend.

5. Het bestuur kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, als alle bestuurders schriftelijk hun stem uitbrengen.

Een besluit is dan genomen als de vereiste meerderheid van de bestuurders zich vóór het voorstel heeft verklaard.

Als in deze statuten staat dat een besluit in een vergadering genomen wordt, ongeacht of hiervoor een bepaald aanwezigheidsquorum of bepaalde meerderheid is voorgeschreven, kan het besluit ook buiten vergadering genomen worden. Ook dan geldt dat het besluit alleen genomen is als de vereiste meerderheid van de bestuurders zich vóór het voorstel heeft verklaard.

Onder een schriftelijke verklaring wordt mede begrepen een langs elektronische weg toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht, aan het adres dat het bestuur voor dit doel heeft vastgesteld en aan alle bestuurders bekend heeft gemaakt.

Van elk besluit dat buiten vergadering wordt genomen, wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering. Deze mededeling wordt in de notulen van die vergadering vermeld en de uitgebrachte stemmen worden bij deze notulen gevoegd.

6. Het bestuur stelt een beleidsplan vast en actualiseert dit beleidsplan periodiek.

Het beleidsplan geeft inzicht in de door de stichting te verrichten werkzaamheden, de wijze van werving van gelden, het beheer van het vermogen van de stichting en de besteding daarvan.

7. De voertaal is Engels.

Vergaderingen en alle communicatie gebruiken Engels als voertaal.

Alle documenten met betrekking tot de Stichting Raku Foundation moeten in het Engels gesteld zijn, met uitzondering van die welke in het Nederlands moeten zijn indien vereist door de Nederlandse wet.

Artikel 6 - Bestuur: taken en bevoegdheden

1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting onder toezicht van de raad van toezicht.

Iedere bestuurder is tegenover de stichting verplicht tot een behoorlijke vervulling van de hem opgedragen taak.

Een bestuurder vermijdt elke vorm en schijn van persoonlijke bevoordeling of belangenverstrengeling tussen hem en de stichting. Hij is integer en stelt zich toetsbaar op ten aanzien van zijn eigen functioneren.

Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van alles met betrekking tot de werkzaamheden van de stichting, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat op ieder moment de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend.

Het bestuur is verplicht de bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende zeven jaren te bewaren.

Het bestuur is voor zijn functioneren verantwoording verschuldigd aan de raad van toezicht en verschaft de raad van toezicht tijdig de voor de uitoefening van zijn taak benodigde gegevens. Het bestuur is verder verplicht de raad van toezicht alle gewenste inlichtingen te verschaffen en (een gedeelte van) de vergaderingen van de raad van toezicht bij te wonen als de raad van toezicht dit verlangt.

2. Het bestuur is niet bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, ook niet tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk schuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een derde verbindt.

Deze beperking van de bevoegdheid van het bestuur kan aan derden worden tegengeworpen.

3. Erfstellingen mogen alleen onder het voorrecht van boedelbeschrijving worden aanvaard.

4. Een besluit van het bestuur tot:

wordt genomen met twee derde van de uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin alle bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn.

5. Het bestuur heeft goedkeuring nodig van de raad van toezicht voor een besluit tot:

als bedoeld in de artikelen 13 tot en met 15.

Artikel 7 - Bestuur: vertegenwoordiging

1. Tot vertegenwoordiging van de stichting zijn bevoegd:

de voorzitter, de secretaris of de penningmeester.

2. Het bestuur kan besluiten tot het verlenen van incidentele dan wel doorlopende volmacht aan een of meer bestuurders en/of aan anderen, zowel samen als afzonderlijk, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.

Artikel 8 - Raad van toezicht: samenstelling, benoeming, beloning, schorsing, ontslag

1. De stichting heeft een raad van toezicht.

Het aantal leden van de raad van toezicht wordt vastgesteld door de vergadering van deelnemers en bedraagt een oneven aantal van ten minste drie natuurlijke personen.

2. De raad van toezicht wijst uit zijn midden een voorzitter en een secretaris aan.

De leden van de raad van toezicht worden benoemd door de raad van toezicht op voordracht van de vergadering van deelnemers.

3. In vacatures wordt zo spoedig mogelijk, maar in elk geval binnen drie maanden voorzien.

Een lid van de raad van toezicht moet voldoen aan de volgende vereisten:

a. een lid van de raad van toezicht is een natuurlijk persoon; b. een lid van de raad van toezicht heeft het vrije beheer over zijn vermogen; c. een lid van de raad van toezicht is geen bestuurder van de stichting en ook geen lid van enig ander orgaan van de stichting; e. een lid van de raad van toezicht is in de afgelopen drie jaar geen bestuurder van de stichting geweest; f. een lid van de raad van toezicht is in de laatste vijf jaar niet door de rechtbank ontslagen als bestuurder van een stichting.

Een lid van de raad van toezicht mag geen familieband hebben met een bestuurder of met een ander lid van de raad van toezicht. Onder familieband wordt verstaan bloed- of aanverwantschap tot en met de vierde graad en de hoedanigheid van echtgenoot, geregistreerd partner of andere levensgezel.

4. De leden van de raad van toezicht worden benoemd voor een periode van ten hoogste vier jaar.

De raad van toezicht kan een rooster van aftreden maken. Een lid van de raad van toezicht kan onmiddellijk worden herbenoemd. Hij kan in totaal echter niet langer dan acht jaar zitting hebben in de raad van toezicht.

5. De leden van de raad van toezicht kunnen een vergoeding krijgen van de kosten die zij redelijkerwijs hebben gemaakt in de uitoefening van hun functie.

De leden van de raad van toezicht ontvangen geen beloning voor hun werkzaamheden.

6. Een lid van de raad van toezicht kan worden geschorst door de raad van toezicht.

Na een schorsing van een lid van de raad van toezicht roept de voorzitter van de raad van toezicht een nieuwe vergadering bijeen, die wordt gehouden binnen vier weken na de schorsing. In die vergadering wordt besloten of de schorsing wordt opgeheven, de schorsing wordt verlengd of het betreffende lid van de raad van toezicht wordt ontslagen. Een schorsing kan in totaal nooit langer dan drie maanden duren.

Voor een besluit tot schorsing of verlenging van de schorsing gelden extra vereisten, die zijn opgenomen in artikel 9 lid 3.

Als geen nieuwe vergadering wordt gehouden binnen de hiervoor vermelde vier weken, als de schorsing niet wordt verlengd in die vergadering of als na verloop van drie maanden geen besluit tot ontslag is genomen, vervalt de schorsing.

7. Een lid van de raad van toezicht verliest zijn functie:

a. door zijn overlijden; b. door zijn faillissement, door het ten aanzien van hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen of doordat aan hem surseance van betaling wordt verleend; c. door zijn ondercuratelestelling of de onderbewindstelling van zijn gehele vermogen; d. door zijn vrijwillig aftreden; e. door zijn ontslag door de raad van toezicht met inachtneming van de vereisten als opgenomen in artikel 9 lid 3; f. door het verstrijken van de periode waarvoor hij is benoemd;

8. Bij belet of ontstentenis van een of meer leden van de raad van toezicht zijn de overige leden van de raad van toezicht, of is het enige overgebleven lid van de raad van toezicht, tijdelijk met het toezicht op het bestuur belast.

Bij belet of ontstentenis van alle leden van de raad van toezicht is een door de raad van toezicht daartoe voor onbepaalde tijd aan te wijzen persoon tijdelijk met het toezicht op het bestuur belast.

9. Zolang er geen Raad van Toezicht is ingesteld, komen alle in deze statuten aan de Raad van Toezicht getekende rechten, bevoegdheden en plichten toe aan het bestuur.

Artikel 9 - Raad van toezicht: vergaderingen en besluitvorming

1. De raad van toezicht komt bijeen zodra uitvoering van aan de raad van toezicht opgedragen taken dat nodig maakt.

De raad van toezicht komt minimaal éénmaal per kwartaal bijeen en verder zo vaak als ten minste een van zijn leden dat wenst.

De raad van toezicht bespreekt minimaal éénmaal per jaar:

2. Het bepaalde in de artikelen 4 en 5 met betrekking tot de vergadering en de besluitvorming van het bestuur zijn zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing op de raad van toezicht.

3. Een besluit van de raad van toezicht:

wordt genomen met een meerderheid van ten minste twee derde van de uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin alle leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn.

De betreffende persoon wordt steeds in de gelegenheid gesteld zich te verantwoorden in een vergadering waarin deze besluiten over hem besproken worden en hij kan zich daarin door een raadsman doen bijstaan.

Bij een besluit over een lid van de raad van toezicht wordt het betreffende lid van de raad van toezicht niet meegeteld wat betreft het aantal leden dat aanwezig moet zijn en het aantal leden dat benodigd is om het besluit te nemen.

Een dergelijk besluit kan echter nooit genomen worden door een enkel lid van de raad van toezicht.

4. Een besluit van de raad van toezicht tot het verlenen van goedkeuring voor statutenwijziging, fusie, splitsing, omzetting of ontbinding als bedoeld in de artikelen 13 tot en met 15, wordt genomen met een meerderheid van ten minste twee derde van de uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin alle leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn.

5. Een lid van de raad van toezicht mag niet deelnemen aan de besluitvorming indien hij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat strijdig is met de belangen van de stichting en de daaraan gelieerde organisatie.

Wanneer de raad van toezicht hierdoor geen besluit kan nemen, is het betreffende lid van de raad van toezicht toch bevoegd om deel te nemen aan de beraadslagingen en de besluitvorming en is de raad van toezicht bevoegd om het besluit op deze wijze te nemen. De raad van toezicht legt dan schriftelijk vast welke overwegingen aan het besluit ten grondslag liggen.

Artikel 10 - Raad van toezicht: taken en bevoegdheden

1. De raad van toezicht houdt toezicht op het beleid van het bestuur en de algemene gang van zaken in de stichting.

De raad van toezicht houdt toezicht op ten minste:

2. De raad van toezicht staat het bestuur met advies terzijde.

3. Bij de uitoefening van hun taak richten de leden van de raad van toezicht zich naar het belang van de stichting.

De leden van de raad van toezicht oefenen hun functie onafhankelijk uit, zonder last of ruggespraak en zonder een deelbelang te laten prevaleren.

Een lid van de raad van toezicht is integer en vermijdt elke vorm en schijn van persoonlijke bevoordeling of belangenverstrengeling tussen hem en de stichting. Hij verschaft de raad van toezicht op eerste verzoek inzicht in de door hem uitgeoefende nevenfuncties.

4. De raad van toezicht heeft recht op alle voor de uitoefening van zijn taken en bevoegdheden noodzakelijke gegevens.

De raad van toezicht heeft recht op inzage van alle boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de stichting.

De raad van toezicht kan zich op kosten van de stichting in de uitoefening van zijn taak doen bijstaan door een of meer deskundigen.

5. De raad van toezicht doet verslag van zijn werkzaamheden en het uitgeoefende toezicht. Dit verslag wordt aan de verslaggevingsstukken toegevoegd, als bedoeld in artikel 11.

Artikel 11 - Boekjaar; verslaggeving

1. Het boekjaar loopt gelijk aan het kalenderjaar. 2. Het bestuur is verplicht jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar de balans en de staat van baten en lasten van de stichting op te maken en op papier te stellen.

Het bestuur zendt deze stukken en een nadere toelichting daarop vóór het einde van de in de voorgaande zin bedoelde termijn ter goedkeuring aan de raad van toezicht.

Het bestuur maakt een jaarrekening en een bestuursverslag op als bedoeld in artikel 2:300 Burgerlijk Wetboek als dat op grond van de wet verplicht is. In dat geval legt het bestuur een exemplaar daarvan voor de raad van toezicht ter inzage op het kantoor van de stichting met de op grond van de wet toe te voegen gegevens.

3. De raad van toezicht laat de stukken onderzoeken door een door hem aan te wijzen accountant als bedoeld in artikel 2:393 lid 1 Burgerlijk Wetboek.

Deze accountant brengt over zijn onderzoek verslag uit aan de raad van toezicht en het bestuur. Hij geeft de uitslag van zijn onderzoek weer in een verklaring over de getrouwheid van de stukken.

Als de wet dat toestaat kan de raad van toezicht besluiten dit onderzoek achterwege te laten of dit onderzoek te laten verrichten door een andere deskundige.

4. De balans en de staat van baten en lasten van de stichting of de jaarrekening wordt vastgesteld door de raad van toezicht binnen een maand na het opmaken van de stukken als bedoeld in lid 2.

De vastgestelde stukken worden ondertekend door alle bestuurders en alle leden van de raad van toezicht. Als een handtekening van een van hen ontbreekt wordt de reden daarvan op de stukken vermeld.

5. De in lid 2 vermelde termijn kan door de raad van toezicht worden verlengd met ten hoogste vier maanden op grond van bijzondere omstandigheden.

Artikel 12 - Reglement

1. Het bestuur kan een of meer regels vaststellen voor het reglement.

In het reglement worden regels of nadere regels opgenomen, die het bestuur nodig acht voor de uitvoering van zijn taak. Een regel mag nooit in strijd zijn met de statuten, de wet of andere regels in het reglement.

Het bestuur kan elk door hem gemaakte regels wijzigen en ook intrekken.

2. De raad van toezicht kan een of meer regels vaststellen voor het reglement.

In het reglement worden regels of nadere regels opgenomen, die de raad van toezicht nodig acht voor de uitvoering van zijn taak. Een regel mag nooit in strijd zijn met de statuten, de wet of andere regels in het reglement.

De raad van toezicht kan elk door hem gemaakt regel wijzigen en ook intrekken.

3. De raad van toezicht en het bestuur kunnen gezamenlijk een of meer regels vaststellen voor het reglement.

In een regel worden regels of nadere regels opgenomen, die de raad van toezicht en het bestuur nodig achten voor de uitvoering van hun gezamenlijke taken. Een regel mag nooit in strijd zijn met de statuten, de wet of andere regels in het reglement.

De raad van toezicht en het bestuur kunnen gezamenlijk alle door hen gemaakte regels wijzigen en ook intrekken.

4. Een regel wordt schriftelijk vastgelegd met vermelding van de dag waarop deze van kracht wordt.

Deze datum kan niet zijn gelegen vóór de datum waarop het besluit werd genomen.

Artikel 13 - Statutenwijziging

1. Het bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen, met uitzondering van het bepaalde in artikel 2, artikel 15 lid 2 en dit artikellid.

2. Het besluit tot statutenwijziging kan slechts worden genomen overeenkomstig het bepaalde in artikel 6 lid 4 en artikel 9 lid 4.

3. Als een voorstel tot wijziging van de statuten wordt gedaan, moet dat vooraf, bij de oproeping tot de betreffende vergadering, worden vermeld.

De woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging moet bij die oproeping worden gevoegd. De termijn van de oproeping bedraagt in dit geval ten minste twee weken.

4. Een statutenwijziging treedt in werking op het door het bestuur bepaalde tijdstip, maar niet eerder dan nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt.

Iedere bestuurder is bevoegd deze akte te laten verlijden.

Het bestuur kan een of meer bestuurders en/of anderen, zowel gezamenlijk als afzonderlijk, machtigen de akte van statutenwijziging te laten verlijden.

Artikel 14 - Fusie; splitsing; omzetting

Op een besluit van het bestuur tot fusie of splitsing in de zin van titel 7 van Boek 2 Burgerlijk Wetboek en op een besluit van het bestuur tot omzetting van de stichting in een andere rechtsvorm overeenkomstig artikel 2:18 Burgerlijk Wetboek, is het bepaalde in de leden 1, 2 en 3 van het vorige artikel zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing, onverminderd de eisen van de wet.

Artikel 15 - Ontbinding

1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden.

Op het besluit tot ontbinding is het bepaalde in artikel 13 leden 2 en 3 zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

2. Het bestuur stelt bij zijn besluit tot ontbinding de bestemming vast van een eventueel batig saldo.

Het batig saldo wordt besteed ten behoeve van een algemeen nut beogende instelling met een soortgelijke doelstelling.

3. Als de stichting op het tijdstip van haar ontbinding geen baten meer heeft, houdt zij op te bestaan.

In dat geval doet het bestuur daarvan opgave aan het handelsregister.

4. De boeken en stukken van de ontbonden stichting blijven gedurende zeven jaren nadat de stichting heeft opgehouden te bestaan onder bewaring van de door het bestuur bij het besluit tot ontbinding aangewezen persoon.

Binnen acht dagen na het ingaan van zijn bewaarplicht moet de aangewezen bewaarder zijn naam en adres opgeven aan het handelsregister.

5. De stichting wordt bovendien ontbonden door:

Artikel 16 - Vereffening

1. Het bestuur is belast met de vereffening van het vermogen van de stichting, voor zover bij het ontbindingsbesluit geen andere vereffenaar(s) is (zijn) aangewezen.

2. Na het besluit tot ontbinding bevindt de stichting zich in liquidatie.

De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan als en voor zover dit voor de vereffening van haar vermogen nodig is.

Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten voor zoveel mogelijk en nodig van kracht.

In stukken en aankondigingen die van de stichting uitgaan, moet 'in liquidatie' aan de naam van de stichting worden toegevoegd.

3. Een batig saldo na vereffening krijgt een bestemming zoals vastgesteld bij het ontbindingsbesluit, of bij het ontbreken daarvan, door de vereffenaar(s) met inachtneming van het bepaalde in artikel 15 lid 2.

De vereffening eindigt op het tijdstip waarop geen aan de vereffenaars bekende baten meer aanwezig zijn.

De stichting houdt bij vereffening op te bestaan op het tijdstip waarop de vereffening eindigt. De vereffenaars doen daarvan opgave aan het handelsregister.

Artikel 17 – Deelnemers

1. Deelnemers zijn zij, die zich als deelnemer bij de stichting hebben aangemeld en door de vergadering van deelnemers als zodanig zijn toegelaten.

2. Deelnemers kunnen zijn meerderjarige natuurlijke personen.

Een deelnemer moet verder voldoen aan de volgende eisen:

Als en zolang een deelnemer niet voldoet aan het bepaalde in dit lid, kan hij de rechten die aan zijn deelnemerschap verbonden zijn niet uitoefenen.

3. Telkens als het bestuur dit wenselijk acht, maar ten minste één keer per jaar, wordt een vergadering bijeengeroepen waarvoor alle deelnemers worden uitgenodigd.

Deze vergadering wordt aangeduid als de vergadering van deelnemers.

Een vergadering van deelnemers wordt bijeengeroepen door het bestuur.

De vergadering van deelnemers kan een voorzitter van de vergadering van deelnemers aanwijzen. Als een dergelijke voorzitter is aangewezen, heeft hij de bevoegdheid om zelfstandig vergaderingen van deelnemers bijeen te roepen wanneer hij dit wenselijk acht, onverminderd de bevoegdheid van het bestuur daartoe.

4. Behalve de deelnemers hebben ook alle bestuurders en alle leden van de raad van toezicht toegang tot de vergadering van deelnemers.

Zij mogen in die vergadering het woord voeren. Over toelating van anderen dan de hiervoor bedoelde personen beslist het bestuur.

5. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter van de vergadering van deelnemers en bij zijn ontbreken de voorzitter van het bestuur.

Wordt op deze wijze niet in het voorzitterschap van de vergadering voorzien, dan voorziet de vergadering daarin zelf. De vergadering wijst een secretaris aan die de notulen houdt.

6. Iedere deelnemer heeft één stem.

Besluiten van de vergadering van deelnemers worden genomen met volstrekte meerderheid van de stemmen.

7. Het deelnemerschap eindigt door:

Artikel 18 - Eerste boekjaar

Voor het eerste boekjaar geldt dat dit loopt tot en met eenendertig december tweeduizend zesentwintig (31-12-2026).